In ons reclamevak kan je als creatief snel stijgen. Dat maakt het soms ook zo mooi… “Iedere soldaat draagt de maarschalksstaf al in zijn ransel”, zei Napoleon (dictator te Frankrijk) al. Een opleiding is daarbij zeker geen noodzaak.
Niemand kijkt een art director erop aan dat hij de academie niet afmaakte, en opleidingen om copywriter te worden zijn er nauwelijks. Het vakjargon spreek je toch na drie maanden al vloeiend. Nee, wij kijken niet naar opleiding maar naar prestatie. Als die goed is en blijft zal je in de reclame een eind komen. Iedereen kan wel directeur worden van iets. En net daar vergaloppeerd de reclamepraktijk zich lelijk.
Boven het middenkader komen er namelijk functie-eisen om de hoek kijken die wel degelijk geleerd moeten worden. Er worden managementvaardigheden verondersteld in huis te zijn die niet zomaar op de werkvloer opgepikt kunnen worden.
Het doorgroeien tot creatief directeur is vaak een beloning voor geleverd uitstekend creatief werk. En juist dat werk komt het meest in het gedrang op het moment dat de lampenwinnaar creatief directeur wordt. Hij of zij wordt dan verantwoordelijk voor de creatieve output van een afdeling die zeer moeilijk te managen is. Sterker nog, het managen van een creatieve afdeling met de verplichting hoogstaand creatief werk te leveren is misschien wel één van de zwaarste opdrachten in ons vak. Maar de toelatingscriteria (bv. een Lamp) hebben vaak geen verband met de toekomstige functie. Dat dat een redelijk unieke situatie is in het bedrijfsleven zal duidelijk zijn, en dat moet ook vooral maar zo blijven…
Noodgedwongen vinden veel nieuwbakken creatief directeuren keer op keer het wiel weer uit. En dan ook vaak nog alleen, hoogstens met een teamgenoot. Om er soms achter te komen dat ze het zelf werk maken toch eigenlijk wel missen. Te veel vergaderingen, te vaak bij de klant en dan ook nog iets er door moeten krijgen is een ander vak dan een goed concept maken. (Terecht hebben sommige bureaus de creative directorsfunctie opgedeeld in twee aparte functies: de één meer management gericht, de ander bemoeit zich met de creatieve werkvloer). Zien dat een concept rammelt is één ding, maar hoe inspireer je een team om het net zo te veranderen dat het goed wordt (en liefst ook nog precies zoals jij dat had gezien)? Dan komen er nog evaluatiegesprekken, salarisonderhandelingen, slechtnieuws-gesprekken bij…. Het is te veel en te moeilijk om te veronderstellen dat je het wel uit de praktijk leert. Bij FlexFirm organiseren we intensieve coaching voor nieuwbakken creatief directeuren, maar het wordt toch tijd dat dit wordt overgenomen door de belangenorganisaties die we in dit vak te veel hebben. Daarvoor is het onderwerp echt belangrijk genoeg.